Kunstzone: museumeducatie op maat \ Deel 2

Deel 2 van onze serie ‘museumeducatie op maat’ in de Kunstzone.
Tekst: Moniek Warmer en Kris van Veen.
Beeld: Kris van Veen

Bestel een heuse Kunstzone als je die nog niet hebt hier, de moeite waard! [ook als wij er niet in staan]

Ik doe niet moeilijk, ik neem ze allemaal

Vraaggericht werken: wat is het en wat betekent die wijze van werken voor de educatieve afdeling van een museum?

Tot 2012 ontwikkelden culturele- en kunstinstellingen, gemeentes en samenwerkende basisscholen projecten op het gebied van cultuureducatie. Er werd gekeken naar de behoefte van het onderwijs en wat passend was bij de doelgroep. Veel instellingen probeerden een leerlijn te ontwikkelen zodat de kinderen een (breed) beeld kregen van kunst en cultuur tijdens hun basisschooltijd.

Maar toen kwam de regeling ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ en werd de insteek dat de instellingen voortaan reageren op ‘de vraag’ van icc-ers en leerkrachten: vraaggericht werken.

Van vraaggericht naar dialooggestuurd

Vraaggericht werken met het onderwijs zou geweldig zijn: de leerkracht en icc-er weten als geen ander wat er goed is voor de leerlingen, wat hun belevingswereld is en hoe een bezoek aan het museum aansluit bij het curriculum van de school.

Een klein bezwaar is wel dat een museumbezoek geen corebusiness is van het onderwijs: er zijn zoveel andere zaken te doen en te ontwikkelen. Dus blijft het vraaggericht werken een soort afvinklijstje: de educator ‘bedenkt’ een aantal behoeften waaruit gekozen kan worden door de leerkracht. Eigenlijk is vraaggericht verkapt aanbodgestuurd: wij zenden en u kiest. We moeten door, tenslotte. En daarbij: een museum kan niet 1001 programma’s ontwikkelen.

De educatoren van Musea Utrecht #subtekst1# onderzochten hoe de kwaliteit van een schoolbezoek kan worden verhoogd en daarmee: hoe een museumbezoek niet een ‘uitje’ maar een daadwerkelijk onderdeel kan zijn van het curriculum. Daarvoor hebben zij allereerst de term ‘vraaggericht’ veranderd in ‘dialooggestuurd’. De educatoren hebben per slot hun expertise op het gebied van educatie, de kennis van de collectie en het verhaal van het museum. Daarbij hebben zij onderzocht, samen met een focusgroep van icc-ers, hoe het bezoek zo ingericht kan worden dat het aansluit bij het curriculum van de klas. Als laatste is gekeken naar de wens om 21e eeuwse vaardigheden, creativiteitsontwikkeling en onderzoekend en ontdekkend leren in het programma in te passen: dat is ‘Museum+’ geworden. #subtekst 2#

De dialoog in het museum

En hoe ziet Museum+ er dan uit met een groep leerlingen? Als eerste fase formuleert de leerkracht samen met de educator bij bijvoorbeeld het beeldaspect ‘ licht’ de hoofdvraag: ‘Wat doet licht (met jou)?’ De leerkracht wil graag dat leerlingen het beeldaspect kunnen herkennen, benoemen en ermee kunnen werken. De museumdocent start met een werk van de Caravaggisten en merkt dat de leerlingen in de periode van hun bezoek, erg bezig zijn met het Sint Maartenfeest. Daarom bezoeken zij ook de speciale Sint Maartententoonstelling waarbij elf lampionnen werk belichten dat Utrechters hebben gekozen uit de collectie. De groep gaat in op de rol van het licht bij dit feest. Na de reflectie over het gebruik, het gevoel en de functie van licht in kunstwerken maar ook voor het welbevinden van de mens, zet de museumdocent de objectonafhankelijke opdracht #subtekst 3# in. Groepjes leerlingen maken een foto van elkaar waarin het licht gebruikt wordt als belangrijk materiaal om een verhaal te vertellen. Ze gebruiken hun telefoon als camera maar ook als zaklamp. Er zijn materialen als papier, stof en plastic om als filter te gebruiken. Aan het eind van de opdracht bespreken de groepjes onderling hun werkproces. Als laatste krijgen zij de vraag: ‘Welk werk waar we over hebben gesproken, wil je meenemen naar huis? En zo kan het zijn dat een kind schrijft: ‘Ik doe niet moeilijk: ik neem ze allemaal’.

Het Centraal Museum lijkt speciaal ingericht voor Museum+. Tijdens het onderzoek naar de inhoud en de structuur van Museum+ en de vorm van objectonafhankelijke opdrachten werkte Kris van Veen, educator, aan de nieuwe collectieopstelling. De inzichten uit de ontwikkelgroep Utrechtse Musea bleken toepasbaar op het gehele museumaanbod en sloten aan bij de missie van het Centraal Museum: de bezoeker verrijken door kunst en cultuur uit de wereld van Utrecht. Zo leek het conservator Marja Bosma en Kris van Veen niet meer dan logisch om deze opstelling zo in te richten dat er er een dialoog ontstaat tussen het werk en de bezoeker. Het is niet alleen de bedoeling dat schoolgroepen ervaren dat hun blik wordt verruimd en dat zij open gaan staan voor andere inzichten en meningen. Ook de I ASK rondleidingen en de onbegeleide bezoeker kan dit ervaren door deze opstelling.

Zo worden in het Centraal Museum de topstukken gepresenteerd in een thematische opstelling. Elke zaal biedt zo zijn eigen beleving en geeft een fris, open, inspirerend beeld van de rijke collectie die de bezoeker ruimte geeft voor gesprek en het vertellen van een eigen verhaal. Dit alles met de vaste grond van de stad Utrecht onder de voeten.

 

Museum+
In de dialoog met de icc-er/leerkracht onderzoekt de educator wat de vraag vanuit het thema vanuit de klas is die bij de collectie, het verhaal van het museum of de tentoonstelling past. Samen met de leerkracht ontwerpt de educator de hoofdvraag voor het bezoek aan het museum. De hoofdvraag is specifiek geformuleerd voor deze groep en wordt de ‘rode draad’ van het museumbezoek. De educator vult deze rode draad in door minimaal twee objecten te kiezen uit de collectie. De I ASK getrainde museumdocent (zie ‘Voor iedere ‘jas’ een ‘kapstok’ Of: hoe kun je kinderen actief stimuleren zich open te stellen voor nieuwe kennis, ervaringen en denkbeelden? Kunstzone 1 2017) kan deze gekozen objecten vervolgens flexibel inzetten en aanvullen met andere objecten die aansluiten op de hoofdvraag en onderwerpen die de leerlingen aandragen.

 

Objectonafhankelijke opdrachten
Objectonafhankelijke opdrachten kunnen bij meerdere objecten worden ingezet, dus ook bij tijdelijke tentoonstellingen en bieden zo ruimte voor aansluiting op de gestelde hoofdvraag. De opdrachten zijn ontwikkeld in het kader van Wetenschap &Technologie en de competenties vanuit het leerplankader kunstzinnige oriëntatie en cultureel erfgoed van de SLO.

Bij Museum+ spelen deze opdrachten een belangrijke rol. De museumdocent heeft een diversiteit aan objectonafhankelijke opdrachten bij zich en zet deze desgewenst in. In kleine groepjes lossen de leerlingen zelfstandig een probleem op, gaan op onderzoek uit, reflecteren op dat wat zij net hebben geleerd door middel van 21e eeuwse vaardigheden.

Aurteurs: Moniek Warmer  & Kris van Veen.
Beeldmateriaal: Kris van Veen.

Musea Utrecht: Aborigonal Art Museum Utrecht, Museum Catharijneconvent, Centraal Museum, Utrechts Archief, Universiteitsmuseum, Domkerk&Domtoren, Museum Sonnenborgh, Museum Speelklok, Spoorwegmuseum, Kasteel De Haar